JONAS MAGAZINE september 2001
Margreet Blanken speelt Etty Hillesum
Zoektocht naar het essentiële

Actrice Margreet Blanken (1941) werd tijdens een sabbatical geraakt door de 'worsteling met het leven' die Etty Hillesum in haar dagboeken beschrijft. Ze herkende er haar eigen zoektocht naar het essentiële in. Het is die zoektocht die centraal staat in haar solovoorstelling Etty.

DOOR: RONALD HERMSEN

'Etty Hillesum schrijft in haar dagboek: 'Het leven is moeilijk, maar dat is niet erg. Dat vind ik ook. Ik wil het wel goed en prettig hebben, maar ik merk dat ik me vervulder voel wanneer ik de strijd en worsteling niet uit de weg ga. Even verder staat: Het gaat erom hoe men het lijden dat essentieel in dit leven is, draagt verdraagt en verwerkt en dat men een stukje van z'n ziel ongeschonden bewaren kan door alles heen.' Etty kon dat. Ik hoop het ooit te kunnen." Het is deze worsteling met de zin van het leven die actrice Margreet Blanken (1941) centraal stelde in de solovoorstelling Etty, gebaseerd op de dagboeken van de joodse vrouw die in 1943 op 29-jarige leeftijd in Auschwitz overleed.*

Etty Hillesum (30-5-1942): "Ja, hoe was dat gisterenavond in mijn kleine slaapkamer? Ik was vroeg naar bed gegaan en vanuit m'n bed lag ik door m'n grote, open venster naar buiten te kijken. En het was weer net of het Leven, met al z'n geheimen, vlak bij me was, of ik er aan raken kon. (.... Ik lag in de naakte armen van het Leven en het was er zo veilig en beschut. En ik dacht: wat is dit toch merkwaardig. Het is oorlog. Er zijn concentratiekampen. (... Ik weet van de opgejaagdheid der menen, ik weet van het vele menselijke leed, dat zich stapelt en stapelt, ik weet van de vervolging en onderdrukking en willekeur en machteloze haat en veel sadisme. Ik weet het allemaal en blijf steeds oog in oog met ieder stukje werkelijkheid, dat zich aan me opdringt. En toch, in een onbewaakt en aan mij zelf overgelaten moment lig ik opeens tegen de naakte borst van het leven en haar (sic) armen zijn zo zacht en zo beschuttend om me heen en hoe de klop van haar (sic) hart was kan ik nog niet eens beschrijven; zo langzaam en zo regelmatig en zo zacht, bijna gedempt maar zo trouw, als nooit meer zullende ophouden en ook zo goed en zo barmhartig. Dit is nu eenmaal mijn levensgevoel en ik geloof, dat geen oorlog en welke zinneloze menselijke wreedheden ook, daar verandering in kunnen brengen."

Margreet Blanken wil niets anders doen 'dan stem geven aan fragmenten uit de dagboeken van Etty Hillesum. Het toneelbeeld is eenvoudig: een tafel, bosje bloemen, kaars en een eenvoudige stoel vormen het decor. Een gettoblaster waaruit bij aanvang en ter afsluiting stemmig een ode aan Maria klinkt; de actrice heeft bewust voor niet joodse muziek gekozen. Evenmin doet ze moeite om uiterlijk op Hillesum te lijken. Het gaat haar in eerste instantie namelijk niet over jood zijn of de holocaust, maar over de zoektocht van de mens en de liefde en het lijden die daarbij horen. Ze speelt deze voorstelling het liefst in kleine zalen, voor een klein publiek, dit verhoogt de intimiteit.

Na haar eindexamen aan de toneelschool in Amhem in 1963 speelde ze vele jaren bij het Theater van het Oosten waarna een lang tv-intermezzo volgde. Zo'n jaar of zeven vanaf eind jaren tachtig speelde ze zuster Reini in de serie Medisch Centrum West. Daarna koos ze voor kleinschalig theater 'met een boodschap'. Stukken als Caracal van Judith Herzberg, Winkeldochters van Ger Thijs, Phaedra van Racine of Dodendans van Strindberg.

Tijdens een sabbatsperiode - van eind 1998 tot begin 2000 - waarin ze worstelde met vragen als 'Waar ben ik tot nu toe mee bezig geweest?' en 'Wat wil ik verder nog in mijn leven?, werd ze geraakt door de dagboeken van Etty Hillesum. "Ik wil alleen nog maar spelen in producties waar ik voor de volle 100 procent achter sta', zegt ze. 'In tv-soaps maar ook in veel theaterproducties, gaat het vaak alleen maar over het negatieve tussen mensen; achterbaks gedrag, overspel, list en bedrog. Een en al negativiteit en cynisme. Ik heb genoeg van het cynisme. Ik vind het de functie van podiumkunstenaars om mensen te stimuleren en inspireren in plaats ze te deprimeren.'

Lijden

Etty Hillesum (14-7-1942): "Een werkelijkheidsvreemde dwaas zouden velen mij noemen, als ze wisten hoe ik voelde en dacht. En toch leef ik met alle werkelijkheden die een dag brengt. De westerling aanvaardt het 'lijden' niet als behorende bij dit leven. En daarom kan hij nooit positieve krachten putten uit het lijden."

Margreet Blanken: "Ik denk dat het lijden een belangrijke rol speelt gedurende een mensenleven. Op het moment dat je lijdt is dit niet prettig maar vaak groei je erdoor. Je bent pas echt dankbaar voor je gezondheid wanneer je ernstig ziek bent geweest. Vaak ook leer je pas de liefde kennen, wanneer ze uit je leven verdwijnt. Dan voel je de pijn van het gemis. Toen ik tien jaar oud was, overleed mijn vader. Ik heb het idee dat mijn verlangen naar een geliefde in mijn leven samenhangt met zijn overlijden terwijl ik nog jong was. Het is geen kolkend verlangen waar ik altijd achter aan moet rennen, maar het is er, sluimerend op de achtergrond. Ik heb wel relaties gehad. Uit een ervan is een zoon voortgekomen - hij is al over de dertig en inmiddels zelf vader - maar die heb ik alleen opgevoed. Tijden heb ik me heel eenzaam gevoeld, dat vond ik een groot lijden. Maar inmiddels kan ik heel goed alleen zijn en op eigen benen staan. Dat heb ik geleerd door me eerst eenzaam te voelen."

Etty Hillesum (9-3-1941): "Daar zat ik nou, met m'n 'seelische Verstopfung'. En hij [ bedoeld is hier handlijnkundige Julius Spier bij wie Etty jarenlang in therapie was, red.] zou orde brengen in de innerlijke chaos, zich aan het hoofd stellen van de innerlijke, tegenstrijdige krachten die in mij werken. Hij nam me als het ware aan het handje en zei: Kijk, zo moet je leven. M'n leven lang heb ik het gevoel gehad: kwam er maar iemand, die me bij de hand nam en die zich met me bemoeide, ik lijk flink en doe alles alleen, maar ik zou me zo verschrikkelijk graag uitleveren."

Margreet Blanken. "Etty worstelt met dat waar wij allemaal mee worstelen, met het gewone, het kleine, het dagelijks leven. Veel vrouwen herkennen zich als zij schrijft: 'Wij vrouwen willen ons vereeuwigen in de man'. Voor veel vrouwen ligt de vervulling van hun leven in de relatie met een man. Voor de meeste mannen is die relatie volgens mij meer een onderdeel van het leven en hangt hun totale vervulling er niet vanaf. Wij vrouwen dromen bijna allemaal van de prins op het witte paard: de ideale man. En natuurhjk wanneer die er is, blijkt hij helemaal niet ideale man te zijn.'

Leraar

"Mijn zoektocht bracht me zo'n dertig jaar geleden in contact met de boeken van Melly Uyldert en Krishnamurti en later met de antroposofle en het soefisme. Ik had en heb een grote behoefte om te leren. Ik heb binnen die groeperingen veel geleerd van leraren en ik heb naar ze opgekeken. Etty had dat met Julius Spier, hij was haar leraar, maar ze werd ook verliefd op hem. Maar ook ontdekte ik dat de woorden van leraren niet altijd overeenkwamen met hun manier van leven. Dat was soms ontnuchterend. Bijvoorbeeld wanneer een leraar zegt dat het ontmoeten van de ander heel belangrijk is op de geestelijke weg, maar zelf contact uit de weg gaat. Etty is voor mij ook een leraar, een heel belangrijke. Mede door haar ben ik nu zover dat ik kan zeggen: Het gaat om het luisteren naar mijn innerlijke gids, ik heb genoeg boodschappen gehoord."

De fragmenten die Margreet Blanken tijdens haar voorstelling gebruikt, zijn uitgekozen omdat zij zichzelf erin herkent: het worstelen met het verlangen en met dat wat Etty Hillesum God noemt: haar zoektocht naar het essentiële. "Ik erken dat er iets groters is dan wat wij mensen kunnen bevatten en zien. Maar ik zou dat in tegenstelling tot Etty geen God noemen. Door iets een naam te geven krijgt het zo'n vaste vorm terwijl je je er juist geen voorstelling van kunt maken. Voor mij schuilt het religieuze in de ervaring die ik soms in de natuur heb of op het toneel. Dan zijn er ogenblikken waarop ik mijzelf vergeet en helemaal in het moment sta. Er is geen gedachte, geen bespiegeling over wat er is of wat ik doe. Er is alleen dat wat er is. Het 'nu' is God, een levensadem die alles doordrenkt.

Wanneer ik volledig in het hier en nu ben, is dat voor mij een religieus moment. Alleen ben ik dat veelal niet, zoals de meesten van ons. Dat komt denk ik omdat wij van jongs af aan worden gestimuleerd met ons hoofd bezig te zijn. Ons onderwijs is gericht op het verkrijgen van antwoorden en niet op het stellen van vragen. Terwijl juist het stellen van vragen, zonder meteen het antwoord in te willen vullen, zo belangrijk is. Wanneer je vraagt kun je namelijk overgave ervaren omdat je erkent dat je het zelf niet weet. Als je enkel op zoek bent naar een sluitend antwoord, kun je de deur dichtdoen zodra je dit gevonden hebt. Dan weet je het namelijk.

Ik las ooit in een boek:kennis is begrensd, onwetendheid daarentegen is grenzeloos. Maar in onze maatschappij word je meteen voor dom aangezien wanneer je zegt dat je het niet weet."

Lust en God

In de voorstelling legt Margreet Blanken door middel van fragmenten de relatie tussen 'onderbuikgevoelens' en de relatie met God. Driften, lust, seks staan volgens de overtuiging van veel mensen een contact met God in de weg, meent de actrice. "Maar van Etty mag lust er helemaal zijn. Op een gegeven moment heeft ze een intieme relatie met twee mannen. Ze zit daar helemaal niet mee en dat vind ik mooi van haar. Ze koppelt liefde niet aan bezit. Ze houdt nu van die mens en straks ook van de ander. In eerste instantie is er bij haar liefde, vervolgens komt daar in relatie met mannen lust bij om de hoek kijken. Voor haar is dat helemaal in orde.

Wanneer je helemaal opgaat in de momenten waarop je bij de ander bent, houden de liefdes- en lustgevoelens die je ervaart je niet weg van je essentie - of: dan staan ze je relatie met God niet in de weg - omdat je ze schoon en vrij beleeft. Pas wanneer je dat niet doet, omdat je je laat leiden door heersende zeden, normen en gewoonten, raak je verwikkeld in allerlei schuidgevoelens waardoor je steeds verder verwijderd raakt van wie je zelf bent. Ik pleit er niet voor dat iedereen nu zijn lusten maar gaat uitleven. Ik vind alleen dat wij ons veel te veel laten leiden door onnatuurlijke regels zoals elkaar eeuwige trouw zweren. Daardoor is er een hoop ellende in de wereld gekomen. Soms liet ook Etty zich in eerste instantie door de lust leiden, maar terugkijkend schrijft ze daarover dat ze daarmee veel tijd heeft verspild."

Etty Hillesum (16-9-1942): "Soms, op een onverwacht moment, knielt er opeens iemand neer in een hoekje van mijn wezen. Soms, als ik op straat loop, of midden in een gesprek met iemand. En die iemand, die daar neerknielt, ben ikzelf."

Margreet Blanken: "Knielen, in de betekenis van hulp vragen wanneer je die nodig hebt, is heel moeilijk voor mij geweest. Dat voelde alsof ik mezelf heel klein maakte. Ik vond het een teken van onvermogen. Er was me geleerd dat ik flink moest zijn, me erdoorheen moest slaan. Nu zie ik hulp vragen juist als een teken van kracht. Het vraagt immers moed om toe te geven dat je er alleen niet uitkomt. Nog altijd ga ik er niet echt makkelijk mee om. Het is iets wat ik aan het leren ben. Ik bid tegenwoordig en merk dat dit helpt. Volgens mij krijg je hulp wanneer je met je hele wezen zegt: 'Ik weet het niet meer. Help me!'. Dat is volgens mij al verlossend. De kramp die ontstaat doordat je de touwtjes in handen wilt houden verdwijnt erdoor. Dan ontstaat een opening waardoor hulp kan komen."

"Regelmatig ga ik op een bankje zitten in de natuur en probeer stil te worden van binnen. Ik probeer uit het 'doen' en in het 'zijn' te komen. Sowieso probeer ik een rustig leven te leiden en twee keer per dag te mediteren, stil te zijn, in mijn leven is zo'n 98 procent doen en 2 procent zijn. Ik ben bijna altijd bezig: werken, lezen, schoonmaken, tv-kijken, noem maar op. Soms ben ik met drie dingen tegelijk bezig. Fysiek werk kan heel fijn en goed zijn, maar dan dien je er helemaal bij te zijn. Vaak nog, is het voor mij een mechanische handeling en gaat mijn denken een heel andere kant op. Dan is er altijd een soort innerlijke gespletenheid.

In een toestand van 'zijn' ben je je juist wel volledig bewust van het moment en van jouw rol daarin. 'Zijn' is wanneer je helemaal aanwezig bent en je gedachten niet afdwalen van wat er in het moment is. Dan laat je je niet bepalen door ervaringen uit het verleden en voorstellingen van de toekomst, terwiji ze er wel mogen zijn. Alleen je hecht er niet aan. Dat geeft rust omdat er geen 'moeten' is. Ik moet veel van mezelf. Sinds enige tijd ben ik me bewust dat ik mijn hele leven mijn best heb gedaan om aardig, goed, intelligent en leuk gevonden te worden. Daar heb ik aan geleden. Steeds vaker zie ik dat ik weer bezig ben te beantwoorden aan de verwachtingen van een ander. Daardoor ben ik vaak ontrouw aan mezclf geweest. Doordat ik het nu vaker waarneem, kan ik besluiten het niet te doen en dus trouw blijven aan wat er werkelijk in mij leeft.'

* Etty, de nagelaten geschriften van Etty Hillesum 1941-1943, Uitgeverij Balans 1987, 874 blz... Deze maand verschijnt de vierde druk. Tevens komt bij Balans uit: Etty Hillesum. Een spirituele biografie van de Franse schrijfster Sylvie Germain. Germain plaatst daarin de figuur van Etty tussen mystici, filosofen en literatoren van de twintigste eeuw als Simone Well, Emmanuel Lévinas en Rainer Maria Rilke.