Gelderland Interview zomer 2001

Actrice Margreet Blanken draagt nu eigen boodschap uit

'Ik wil mensen raken'

TIJDENS EEN SABBATICAL YEAR TWEE JAAR GELEDEN BESLOOT ACTRICE MARGREET BLANKEN DAT ZE OP HET TONEEL NIET LANGER DE BOODSCHAP VAN EEN ANDER WILDE UITDRAGEN.
OP ZOEK NAAR EEN POSITIEF TONEELSTUK VOND ZE DE DAGBOEKEN VAN ETTY HILLESUM.
'IK WIL MENSEN, KRACHT GEVEN, IN BEWEGING ZETTEN.
DAT KAN MET DE DAGBOEKEN EN MET MIJN TALENT.'

door Mariëtte Baks

Ze heeft lang gezocht naar wat ze wilde en besloot niet langer mee te spelen in stukken met een negatieve uitstraling. "Als acteur bij een gezelschap draag ik altijd de boodschap en visie van een ander uit, van de regisseur of de artistiek leider. Nooit die van mezelf. Met een stuk kan ik verschillende kanten op, maar veel regisseurs geven hun toneelstukken een cynische ondertoon mee en leggen de nadruk op het negatieve. De mens is slecht van geboorte en het leven is zinloos'; zo'n bood schap. Daar heb ik mij nooit prettig bij gevoeld. Als ik zelf naar een stuk ga kijken, wil ik zien dat het leven goed is.' Margreet Blanken (60) uit Arnhem concludeerde dit tijdens een sabbatical year twee jaar geleden. Ze deed dat na een lange periode bij het Theater van het Oosten op het toneel te hebben gestaan. "Ik had er genoeg van. Ik heb nog nooit zo veel aanbiedingen gehad als in dat jaar. Alle verzoeken heb ik afgewezen."

Zoeken naar zingeving

Blanken wilde bepalen wat ze niet meer, en vooral wat ze nog wél wil doen in dit leven. Andermans negatieve boodschap uitdragen, hoort daar niet meer bij. Wat ze wel wil, is een positief gevoel overbrengen naar haar publiek. "Door mijn vak ben ik daar eenvoudig toe in staat. Ik kan mijn talent hiervoor gebruiken. Ik wil mensen raken, kracht geven, in beweging zetten. Ik wist alleen niet met wélke boodschap. Ik overwoog om zelf iets te schrijven, maar dat is toch een vak apart. Toen ik de dagboeken van Etty Hillesum las, wist ik direct dat die het moesten zijn."

Etty Hillesum is een Joodse vrouw die op 29-jarige leeftijd door de nazi's in Auschwitz is omgebracht. Ze hield tussen 1941 en 1943 een dagboek bij en verstuurde vanuit het concentratiekamp enkele brieven die aan de uitgave van de dagboeken zijn toegevoegd. Haar dagboeken zijn relativerend, optimistisch en met humor geschreven. Etty tekent haar innerlijke rijpingsproces op, zoals ze dat in korte tijd onder druk van de omstandigheden doormaakt. Blanken: "Ze schrijft ergens dat ze medelijden heeft met een Gestapo officier die naar mensen staat te schreeuwen. 'Kon ik je maar helpen', dacht ze op dat moment, terwijl ze wist dat ze misschien wel tegenover haar vernietiger stond. Natuurlijk heeft de oorlog meegeholpen om die onthechting te bereiken. Voor zulke gedachten heb ik bewondering."

De zoektocht van Etty naar de zin van het leven herkent Blanken en spreekt haar aan. Essentiële vragen als wie ben ik', 'wat beweegt me', wat kom ik in mijzelf tegen' en wat kan ik betekenen voor de wereld' stelden zowel Etty als Blanken zichzelf."Langzaam maar zeker vind ik steeds meer antwoorden en kom ik stapjes verder. Het gaat om het proces dat ik hierbij doormaak. Ik merk dat ik groei naar acceptatie van mezelf." Met een cynische ondertoon: "Ik kan altijd behoorlijk oordelen over mezelf."

Volgens Blanken laat Etty in haar dagboeken een totaal vrij mens zien dat niet oordeelt en veroordeelt. "Daarmee zet ze heel veel licht tegenover de oorlog. Ze houdt een dagboek bij om haar innerlijke chaos op orde te krijgen. Ze beschrijft een innerlijke zoektocht naar zichzelf en spreekt haar diepste ziel aan als god. Dat is praktisch: er is geen hogere macht die je straft. Net zoals ieder mens zijn eigen duivel in zich heeft."

'ALS IK NAAR EEN TONEELSTUK KIJK, WIL IK ZIEN DAT HET LEVEN GOED IS'

Boodschap van liefde

De dagboeken van Etty Hillesum fascineren veel mensen. Het zijn met name vrouwen tussen de veertig en vijfenzestig jaar die de voorstellingen van Blanken bezoeken."Het is jammer dat er niet meer mannen en jonge mensen naartoe komen. Jonge mensen in de zaal die ik later spreek, zijn zonder uitzondering onder de indruk. Net als de rest van het publiek: het is altijd muisstil en ik krijg reacties als ontroerend, prachtig en indrukwekkend. De voorstellingen zijn meestal uitverkocht."

Blanken benadrukt dat ze niet de rol van Etty Hillesum speelt, maar dat ze op haar eigen wijze de dagboeken verwoordt. "Het is geen rol. Ik probeer haar niet na te doen, kruip niet in haar huid. Daarvoor ben ik niet jong genoeg en niet Joods genoeg. En het trekt me niet. Zoals Anne Wil Blankers bijvoorbeeld Wilhelmina speelde en ook gaat lopen zoals Wilhelmina dat is niks voor mij. Ik sta op het podium in mijn gewone kleren, probeer niet op Etty Hillesum te lijken. Dat is ook niet nodig: iedereen wordt gevangen door wat ik vertel. Ik zie mijzelf als iemand die de boodschap van Etty doorgeeft, ik wek haar tot leven. Ik begin de voorstelling met het voorlezen van een stuk uit het dagboek, de rest komt vanzelf. Het is alsof zij elke keer tot mij komt om haar boodschap van liefde verder te vertellen."

Blanken speelde de dagboeken van Etty Hillesum inmiddels ruim honderd keer en gaat er in het nieuwe theaterseizoen mee door. "Er is nog steeds belangstellmg voor."
Toen Blanken er net mee begon, zag het er minder rooskleurig uit. De directeur van de Amhemse schouwburg, Freek van Duijn, stimuleerde haar de voorstelling te maken en bood haar de foyer aan voor haar eerste voorstelling. Blanken nodigde mensen uit die de voorstelling konden promoten, maar hoorde na de premiere niets van hen. Ze schakelde daarna een theaterbureau in dat brood zag in de voorstelling. Tegelijkertijd begonnen de aanvragen als nog binnen te stromen.

Gebrek aan opleiding

Blanken ontdekte haar acteertalent min of meer bij toeval. Als schippersdochter ging ze alleen naar school als het gezin aan wal was, met als gevolg dat ze pas op haar veertiende de lagere school afrondde. Haar vader overleed toen Blanken tien jaar oud was. Twee jaar later ging ze bij haar tante wonen. "Ik was al vroeg zelfstandig. Ik kon me vrij snel goed redden, wist van aanpakken, kon goed alleen zijn, met geld omgaan en huishoudelijke taken verrichten." In Rotterdam werkte ze eerst als diensthulp en later als kantoormeisje. Op haar zeventiende werkte ze op een groot kantoor met een actieve personeelsvereniging met een toneelclubje. Dáár wilde ze bij. "Er was een rol van een brutaal meisje te vergeven die ik graag wilde spelen. Uiteraard kreeg ik die rol en ontdekte mijn talent. Als een vis in het water, zo voelde ik mij al spelend. Ik had totaal geen gêne op het toneel."

Vrijwel direct wist Blanken dat ze met acteren door wilde gaan, maar ze realiseerde zich ook dat ze niet naar de toneelschool zou kunnen. "Die eiste HBS als vooropleiding en ik had enkel lagere school. Ik vertelde de regisseuse mijn wens en zij zei dat ik me toch maar moest aanmelden. Ik nam toneelles en deed toelatingsexamen op de toneelschool in Arnhem. Blijkbaar compenseerde mijn talent mijn gebrek aan vooropleiding, want ik werd aangenomen."
Feitenkennis is ballast

Op de toneelschool was Blanken erg leergierig. "Als ik van een schrijver één boek had gelezen dat ik mooi vond, wilde ik direct alles van hem lezen. Maar de achterstand die ik met enkel lagere school had, haalde ik niet in. Dat was onmogelijk. Op het gebied van vreemde talen en literatuur voelde ik mij een dommertje. Ik had wel meer levenservaring: andere studenten ginen nachtenlang op stap en bezatten zich. Hoewel ik daar van harte aan kon meedoen, had ik daar toch minder behoefte aan."

In die tijd schaamde Blanken zich voor haar gebrekkige feitenkennis, maar inmiddels kijkt ze er heel anders tegen aan: "Je hebt die ballast niet nodig. Wat moet je met feitenkennis? Als je veel weet, heb je over veel zaken een mening en ben je niet meer open en onbevangen. Ik merk dat ik anders naar iemand kijk als ik van te voren al iets over die persoon heb gehoord. Dat heb ik liever niet, want dat maakt dat je niet meer tot iemand kunt doordringen. Je mening is een muur die onbevangenheid tegenhoudt. Je plaatst iemand in een hokje en van die mening kom je maar moeilijk los."

'IK BEZOCHT SONSBEEK EN DACHT VOORTDUREND: ZOU DAT OOK KUNST ZIJN?'

"Met kunst is dat net zo. Ergens heeft iemand bepaald dat iets kunst is, dus dan is dat zo. Ik was laatst met mijn zoon en schoondochter in het Sonsbeekpark hier in Arnhem waar we de beeldententoonstelling Sonsbeek 9 bezochten. We betrapten onszelf erop dat we bij alles zeiden 'zou dat ook kunst zijn?'. Zelfs bij de tuinman die er met een kruiwagen liep. Ik bedoel maar: je kijkt niet meer onbevangen als iemand anders al heeft bepaald dat iets kunst is. Iedereen loopt achter die paar zogenaamd toonaangevende mensen aan en verkondigt hun mening."

"Op de toneelschool ging dat ook zo. We bezochten toneelvoorstellingen waar we later over praatten. Je moest er een menmg over hebben die je moest kunnen verwoorden. Dat blokkeerde mij. Ik vond een stuk mooi of niet. Ik zag het nut van zo'n discussie niet."

Zypendaalse bos

Op haar 22ste studeerde Blanken af aan de toneelschool, waarna ze ging werken bij Toneelgroep Theater. Bij dit Arnhemse toneelgezelschap bleef ze 24 jaar. "Zodoende woon ik nog steeds in Arnhem, ook al heb ik niet zo veel met de stad. Amsterdam trekt mij meer. Het kan wél wat worden met Arnhem: de Rijnkade is gezellig en mooi, er is alleen vanuit het centrum geen goede route naartoe. Ik hoorde dat Theatergezelschap Oostpool in de Nieuwstraat een theater wil oprichten. Dat ligt dan precies tussen de markt en de Rijnkade in. Als dat theater meer leuke zaakjes aantrekt, heb je een mooie route vanuit de stad. Verder is de natuur in de omgeving uiteraard erg mooi. Ik ga elke ochtend, zomer en winter, wandelen in het Zypendaalse bos. Dat vind ik een prettig begin van de dag: het geeft me rust en ruimte. Daar geniet ik van, zo begin ik elke dag vanuit stilte."

Valse emoties

Na 24 jaar bij het Theater van het Oosten te hebben gewerkt, vond Blanken dat ze genoeg tijd in de bus had doorgebracht. 'Ik nam ontslag, er zou vanzelf wel weer wat anders langs komen. Maar niemand zat op mij te wachten, zo bleek. Ik werd gevraagd mee te doen aan een casting voor de tv-serie Medisch Centrum West. Ik kreeg de rol van zuster Reini in deze Nederlandse dramaserie."

Blanken vond het erg leuk om voor de camera te spelen. "Ik heb altijd een eenvoudige manier van spelen gehad, zonder grote gebaren en dicht bij mezelf. Dat past goed bij een kleine zaal in het theater en bij tv. Bij close-ups hoef je nauwelijks te bewegen, je hoeft je alleen in te leven in de emotie. Ik put hiervoor uit een groot reservoir van emoties, waarover ieder mens beschikt. Dat wat je laat zien moet van binnen komen. Je moet je inleven in de emotie, hetgeen niet wil zeggen dat je de emotie ook moet kennen om 'm te kunnen acteren. Je hoeft niet iemand te hebben vermoord om een moordenaar te kunnen spelen."

Blanken vond tv aardig om te doen, maar ervoer Medisch Centrum West als redelijk oppervlakkig. "Er was te weinig tijd om het echt goed te doen. Bovendien waren de verschillen tussen de acteurs groot. Sommigen konden gewoonweg niet acteren. Als ik ermee bezig was, had ik het naar mijn zin, maar als ik het later op tv terugzag, schaamde ik mij soms. Ik vond het oppervlakkig en boordevol valse emoties."

Groteske en vrije gebaren

Na honderd uitzendingen stopte Medisch Centrum West. Het bracht Blanken en de andere acteurs bekendheid. "Ik heb er een dubbel gevoel over: ik dank mijn bekendheid aan die serie en bekendheid is voor een actrice altijd handig maar ik heb veel meer gedaan dan dat. In interviews wordt altijd aan Medisch Centrum West gerefereerd en als ik op tv kom, laten ze er altijd een stukje uit zien. Dat irriteert mij."

Naast actrice is Blanken ongeveer tien jaar docente. "Ik weet niet goed hoe je mijn lessen moet noemen. Eén keer per week komen we met een groep bij elkaar. Ik probeer deze mensen uit hun reguliere denken en doen te halen door ze verschillende opdrachten te geven, bijvoorbeeld een klein gebaar dat ze om beurten steeds groter moeten maken. Ze brengt haar linkerhand even naar haar mond en zegt: "Zoiets." Dit wordt na een paar ronden grotesk en vrijer en gaat steeds meer in samenspel. Het zijn spellessen die niet rolgericht zijn. Je laat je op het moment verrassen door bepaalde dingen en handelingen."

Blanken gaf eerst gewoon acteerles, maar dat gaf haar niet de voldoening die ze zocht. Ze wilde iets doorgeven waaraan mensen wat kunnen hebben. "Nu probeer ik mijn cursisten zo ver te krijgen dat ze zichzelf durven te laten zien. Wie dat durft, is dicht bij zelfaanvaarding. Dat maakt mensen sterker. Meestal ben ik een beetje nerveus voor deze lessen. Ik wil iets bereiken bij andere mensen, maar dat moeten ze wel toelaten. Ik kan hun reacties niet plannen. Dat maakt het leuk: het is elke keer weer verrassend."