Enkele fragmenten

15 maart 1941
En om het nu maar eens zeer cru te formuleren, wat misschien wel pijn zal doen aan m'n vulpen:
Wanneer zo'n SS-man me dood zou trappen, dan zou ik nog opkijken naar z'n gezicht en me met angstige verbazing en menselijke belangstelling afvragen: Mijn God kerel, wat is er met jou allemaal voor verschrikkelijks in je leven gebeurd, dat je tot zulke dingen komt?

26 augustus 1941
Binnenin me zit een heel diepe put. En daarin zit God. Soms kan ik er bij. Maar vaker liggen er stenen en gruis voor die put, dan is God begraven. Dan moet hij weer opgegraven worden...

5 october 1941
O God, ik haat het soms, dat ik ook een verstand heb... Ik zou een klein, vuil jongetje willen zijn, dat schapen weidt op een berg in Zwitserland, dat op een fluit speelt en naar de hemel kijkt. Ik zou zo graag alleen maar willen zijn en ademen en ingebed liggen in de eeuwigheid en heel eenvoudig willen zijn...

17 maart 1942
Ja, zie je... een mens moet geduld hebben. Je verlangen moet zijn als een traag en statig schip, varende over eindeloze Oceanen, en niet op zoek naar een ankerplaats...

4 juli 1942
We liepen eerst als vrolijke toeristen door een zonnige, mooie stad. Zijn hand ving steeds weer de mijne onder het lopen en ze hadden het zo goed samen, onze handen. En toen ik op een gegeven moment heel erg moe werd en het toch wel even een eigenaardige gewaarwording was, dat je in geen van die trams in die grote stad met z'n lange straten mocht gaan zitten en ook niet even op een terrasje, toen dacht ik, ik dacht het eigenhijk niet, maar het leefde ergens in me: door de eeuwen heen zijn de mensen moe geweest en hebben zich hun voeten op Gods aarde kapot gelopen, in kou en in warmte en het hoort ook bij het leven.
Dat isde laatste tijden steeds sterker bij mij: tot in m'n kleinste dagelijkse handelingen en gewaarwordingen sluipt een vleugje eeuwigheid. Ik ben niet alléén moe of ziek of treurig of angstig maar ik ben het samen met miljoenen anderen uit vele eeuwen en het hoort bij het leven en het leven is toch schoon en het is ook zinrijk. Het is zelfs zinrijk in z'n zinloosheid.
Het verstoorde leven
In maart 1941 opent Etty Hillesum - zij is dan 27 jaar - haar dagboek met de bedoeling 'orde te scheppen in de innerlijke chaos'. Zij zoekt zichzelf en is daarbij genadeloos eerlijk.
Met veel humor en zelfspot neemt zij haar doen en laten onder de loep en schrijft zij even openhartig over haar seksualiteit als over haar spiritualiteit. Over haar worsteling met haar verlangens, haar 'onthechting' en haar steeds sterker wordende contact met "... dat allerdiepste in me dat ik gemakshalve maar God noem..."

De dagboeken zijn een weergave van haar persoonlijke groei en, -para- doxaal - van haar bevrijding, tegen een achtergrond van toenemende be-dreiging en Jodenvervolging.

De pers over de voorstelling:
"Door dictie, pauzes, versnellingen, zwaarte en lichtheid krijgen de fragmenten een glans die oneindig boeien. (...)"
"Dankzij Margreet Blanken groeit er een vrouw waar je je zonder moeite me identificeert. (...):"
"De voordracht van Blanken maakt van Hillesum een mens van vlees en bloed".

De dagboeken en brieven van Etty Hillesum zijn uitgegeven bij uitgeverij Balans.
De voorstelling is uitermate geschikt voor kleinere ruimtes en kan derhalve ook privé of voor een bepaalde gelegenheid geboekt worden.


4 juli 1942
En ook dit: door z'n eigen zwaktes en ontoereikendheden te leren kennen en te aanvaarden, vergroot men zijn kracht.
Ach, we hebben het toch immers allemaal in ons, God en hemel en hel en aarde en leven en dood en eeuwen, vele eeuwen. Een wisselend decor en handeling van de uiterlijke omstandigheden, en men moet beginnen bij zichzelf, iedere dag opnieuw bij zichzelf.

Het leven en het sterven, het lijden en de vreugde, de blaren aan de kapotgelopen voeten en de jasmijn achter mijn tuin, de vervolgingen, de ontelbare zinloze wreedheden, alles en alles, het is in me als één krachtig geheel en ik aanvaard alles als één geheel en begin steeds beter te begrijpen, zomaar voor mezelf, zonder dat ik het nog aan iemand zou kunnen uitleggen, hoe het alles in elkaar steekt. Ik zou lang willen leven, om het later allemaal nog eens te kunnen uitleggen en als me dat niet vergund is, welnu, dan zal een ander het doen en dan zal een ander mijn leven verder leven, daar waar het mijne is afgebroken en daarom moet ik het zo goed en zo volledig en zo overtuigd mogelijk leven tot de laatste ademtocht, zodat diegene, die na mij komt niet helemaal opnieuw hoeft te beginnen en het niet meer zo moeilijk heeft... Is dat ook niet iets doen voor het nageslacht?

10 juli 1942
De ene keer is het een Hitler en de andere keer voor mijn part Iwan de Verschrikkelijke. En de ene eeuw is het de inquisitie en een andere keer oorlogen, of de pest, en aardbevingen en hongersnood. Het gaat er in laatste instantie om, hoe men het lijden - dat toch essentleel in ons leven is - draagt en verdraagt en verwerkt.
En dat men een stukje van zijn ziel ongeschonden bewaren kan door alles heen...

20 september 1942
Ik heb me zo dikwijls gevoeld als een schip, dat een kostbare lading binnenboord gehaald heeft; de touwen worden losgesneden en nu vaart het schip, zo vrij en zo door alle landen en alle kostbare lading voert het met zich mee.... Men moet zichzelf tot vaderland zijn...

DVD te bestellen bij: http://www.ettyhillesumcentrum.nl/nl/